De watermeloen (Citrullus lanatus, synoniem: Citrullus vulgaris) is een vrucht met vochtig, zoet vruchtvlees met van alle vruchten het hoogste gehalte aan lycopeen. In het vruchtvlees, dat meestal rood is, maar ook wit, roze, geel of oranje van kleur kan zijn, zitten de pitten.
Aziaten roosteren en zouten de watermeloenpitten. Ook eet men gezuurde watermeloenschil.
De zwarte pitten van de watermeloen bevinden zich niet in een holte zoals bij de andere meloenen, maar liggen ingebed in het vruchtvlees. Er zijn ook pitloze rassen. Uit Amerika worden langgerekte watermeloenen aangevoerd met een gestreepte schil. Er bestaan ook rassen met geel vruchtvlees. Watermeloenen bestaan voor 95% uit water. Het dorstlessende vermogen is het grootst als de vrucht gekoeld en puur wordt gegeten.